
Over Inge
Wie zit er dan tegenover je?
Jarenlang huisarts. Inmiddels palliatief doula en in opleiding tot ACT-therapeut. Ik luister, ik ben nieuwsgierig en ik schrik niet zo snel.
Als huisarts zat ik jarenlang tegenover mensen die iets kwamen vertellen waar ze soms al weken, maanden of jaren mee rondliepen.

Soms ging het over ziekte of doodgaan. Over iemand die ze waren verloren. Over angst, schaamte of iets wat thuis speelde. En soms kwam de echte reden waarom iemand een afspraak had gemaakt pas boven tafel als we al twintig minuten aan het praten waren.
Natuurlijk kwamen mensen ook gewoon met een zere knie.
Maar juist die gesprekken waarin iemand uiteindelijk vertelde wat er écht aan de hand was, zijn me altijd bijgebleven.
Ik merkte hoe belangrijk het is dat er iemand tegenover je zit aan wie je je verhaal kunt toevertrouwen. Iemand die niet schrikt als het ingewikkeld wordt. En die ook niet meteen met een oordeel of een oplossing komt.
Want lang niet alles wat mensen mij vertelden was op te lossen.

In de loop van mijn leven heb ik veel geleerd. Over geneeskunde, psychologie, sterven, rouw en andere dingen die een mens onderweg kan tegenkomen.
Die kennis zit inmiddels niet alleen in mijn hoofd. Die zit in mijn lijf. Net als mijn eigen levenservaring.
Ik heb bij leven afscheid genomen van mijn vader, omdat contact houden niet meer leefbaar was. Inmiddels is hij overleden.
Ook leef ik, na ziekte, met minder energie dan ik zou willen. Dat vraagt steeds opnieuw om keuzes over wat ik wel doe, wat ik laat en waar ik mijn energie aan wil besteden.
In de afgelopen jaren werd steeds duidelijker dat dít de gesprekken zijn die ik wil voeren.
De gesprekken en ook de stiltes die ergens over gaan. Over de wezenlijke dingen in een mensenleven. Dingen die ingewikkeld kunnen zijn. Pijnlijk. Verdrietig. En die niet altijd opgelost kunnen worden.
Ik werk inmiddels als palliatief doula en ben in opleiding tot ACT-therapeut (Acceptance and Commitment Therapy). Twee dingen die op papier behoorlijk verschillend lijken, maar voor mij heel logisch bij elkaar horen.
Wat er ook speelt: blijkbaar maakt het je op dit moment knap lastig om gewoon maar door te gaan. Ik wil weten hoe dat er voor jóu uitziet.

‘Zo had ik het nog helemaal niet bekeken.’
Dat zeggen mensen regelmatig tegen me.
Ik luister. Ik ben nieuwsgierig. Ik stel vragen. Soms zie ik iets wat jij nog niet zag. Soms ontdek jij iets wat ik nog niet zag.
Ik hoef jou niks wijs te maken. En jij jezelf trouwens ook niet.
We hoeven niet altijd antwoord op ‘het waarom’, al is je denkende hoofd het daar vast niet direct mee eens. (Dat van mij niet in ieder geval.) Er zijn genoeg dingen in een mensenleven die we niet snappen en misschien ook nooit zullen snappen.

Naast ACT ben ik ook nieuwsgierig naar wat er meer is. Of zou kunnen zijn. Ik verdiep me in sjamanistisch zielenwerk en in rituelen. In wat er kan gebeuren als we niet alles proberen uit te leggen en er ook ruimte mag zijn voor stilte. Voor ervaren. Voor even geen woorden.
Ik ben niet zo geïnteresseerd in hoe je volgens het boekje met iets zou moeten omgaan. Ik ben vooral benieuwd naar wat voor jóu werkt. En hoe we dat kunnen ontdekken.
Ook als dat een onverwachte manier is.
As it net kin sa’t it moat, dan moat it mar sa’t it kin.
(Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.)
Wat zou je weten als je mij kent…
Als je mij kent, zou je weten dat ik geen doorsnee persoon ben.

Als het regent én de zon schijnt, dan ga ik naar buiten. Op zoek naar een regenboog.

In de zomer smeer ik ’s avonds zelfgemaakte stroop op de bomen, om ’s nachts met een zaklamp te kijken welke soorten nachtvlinders ervan zitten te snoepen.

En kleurrijke jurkjes... die horen gewoon bij mij.